20 en 27 februari 2024

Thema 06. Hedendaagse relevantie van de Stoa

Prof. dr. Danny Praet (Gent)

De hedendaagse lezers hebben de antieke Stoïcijnen opnieuw ontdekt. Populair zijn vooral therapeutische boeken die een nieuwe relevantie hebben gegeven aan de psychologische technieken die de Stoïcijnen hebben uitgewerkt om te kunnen omgaan met problemen die men in hedendaagse termen omschrijft als stress, burn-out, angststoornissen en dergelijke meer. De twee lezingen die ik graag zou aanbieden, tonen ten eerste aan dat de antieke Stoa niet enkel het individu en psychologische problemen bij het individu aankaartten maar dat zij ook over macro-problemen zoals oorlog en vrede een blijvende impact hebben gehad op het Westerse denken. Ook hadden de Stoïcijnen niet alleen negatieve of defensieve therapeutische inzichten, maar hadden ze ook opbouwende theorieën zoals over genot, dat iets negatiefs kan zijn, maar dat indien correct begrepen en indien correct ingepast in het dagelijkse leven ook als iets goeds kan worden aangeprezen. Telkens trachten wij de opvattingen van de Stoïcijnen te vergelijken met de leerstellingen van concurrerende filosofische scholen uit de Oudheid en aan te tonen dat de Stoïcijnen ook voor de moderne mensen en maatschappijen nog relevant zijn.

Lezing 1. Genot in de Stoa en in de antieke filosofie
Genot, in het Grieks hèdonè, is een belangrijk thema in de antieke filosofie. De Griekse filosofie wou een filosofie van het leven zijn, en daarom stelde men zich de vraag wat het eigenlijke doel van het menselijke leven was of beter, hoe men dit leven het beste kon invullen. Roem, macht, geld, genot waren traditionele invullingen, streefdoelen voor het leven. De filosofie plaatste ook kennis en vooral zelfkennis hier tegenover. De vraag was dan welke houding men diende aan te nemen tegenover traditionele invullingen zoals genot. Maar de antieke filosofen vroeg zich ook op een theoretisch vlak af wat genot nu precies is: hoe men het kan definiëren, of er verschillende soorten van genot zijn, hoe die ontstaan, of men ermee kan en dient om te gaan. Op beide vlakken waren er diverse gezichtspunten en standpunten vanaf Socrates en Plato. Deze lezing zal vooral focussen op de school die genoemd is naar het Griekse woord voor genot: het hedonisme als filosofische school gesticht door Aristippus van Cyrene (vijfde-vierde eeuw vot) en de verhouding tot het Epicurisme. Hun visie zullen we dan vergelijken met de opvattingen van de Stoa waardoor we zullen aantonen dat genot niet zomaar een af te zweren “passie” is, maar iets dat in alle scholen zowel theoretisch als praktisch, voor het eigenlijke leven, een zeer genuanceerde plaats kreeg.

Lezing 2. Vrede, oorlog en rechtvaardigheid in de antieke Stoa
De antieke filosofie heeft weinig pacifisten voortgebracht. De realiteit in de antieke wereld, zowel bij de Grieken als bij de Romeinen, was er een van quasi permanente oorlog. Toch heeft men veel nagedacht over morele regels waaraan de oorlogsvoering zou moeten beantwoorden, ook al was er in de Oudheid nog een instelling zoals de UN of het Internationaal Strafhof in Den Haag. De filosofische school die de grootste impact gehad heeft op het denken over oorlog en vrede, of in elk geval de grootste impact op de poging om oorlog en vrede in te schrijven in een orde van internationaal recht, is de Stoa. De Stoïcijnen breken met de gedachte dat er fundamentele verschillen zijn tussen mensen: iedereen, Griek of niet-Griek is in de eerste plaats mens, en wij zijn allen burgers van de wereld, de kosmos is onze polis of staat, dus we zijn kosmopolieten. Het is een belangrijke stap in de richting van een theorie van mensenrechten. De Stoïcijnen hebben de slavernij of het imperialisme in de werkelijke wereld niet afgeschaft, maar hun denken heeft een enorme invloed gehad door de eeuwen heen. Seneca is soms een pacifist zoals wanneer hij het contrast hekelt tussen de individuele moraal en de collectieve waarden: voor een enkeling, merkt hij op, is moord moreel laakbaar en ook strafbaar volgens de wet; oorlog is niets anders dan collectieve moord, maar wanneer een staat die organiseert, prijst men de deugd der dapperheid en deelt men medailles uit aan uitvoerders en bevelhebbers. De Stoïcijnen hebben de kern uitgewerkt van een theorie die men vanaf de Middeleeuwen met aanduidt als “iustum bellum” (nu vooral Engels: “just war”). Hierin stelt men de vraag wanneer het moreel gewettigd is geweld te gebruiken, tegen wie, in welke mate, met welk doel, en zo verder. Het was nog geen discours van mensenrechten, maar het is zeker en van de eerste stappen versus een humane houding tegenover oorlog, althans in theorie.

Literatuur
Massimo Pigliucci, Hoe word je Stoïcijn? Oude filosofie voor het moderne leven. Ten Have, 2017.
Danny Praet, Philosophy of War and Peace. Brussel: VUB press, 2017.
Gerard Boter & Floris Leest, Leven als een Stoïcijn of toch niet? ISVW Uitgevers, verschijnt in September 2023.
Epictetus, vertaling Gerard Boter en Rob Brouwer, Vrij en onkwetsbaar. Verzameld werk. Athenaeum, 2020.
Seneca, Dialogen. Boom Grote Klassieken, 2018. (veel van deze dialogen zijn ook apart uitgegeven als “Het ware geluk”, “De goede dood”, enz. hier is alles verzameld in 1 band)

Personalia
Danny Praet (° 1968) studeerde Klassieke Filologie en Wijsbegeerte aan de Universiteit Gent. He was aspirant en postdoctoraal onderzoeker bij het FWO-Vlaanderen, tot 2005. Hij was in Gent eerst verbonden aan de vakgroep Romaanse Talen; daarna aan de vakgroep Wijsbegeerte en Moraalwetenschappen. Hij was een van de stichtende leden van BABEL, Belgische Associatie / Association BELge voor de studie van religies. Hij werd gewoon hoogleraar in 2020.

Een pdf-versie van deze tekst kunt u hier downloaden.